Hoe worden leerlingen kritische burgers

Mina Etemad | 25 maart 2022

Over burgerschapsthema’s moet je in de klas vooral discussiëren! Nee, burgerschap moet je ervaren! Twee benaderingen op burgerschap binnen het onderwijs, maar wat werkt nou echt? Wat is de beste manier om studenten op te leiden tot kritische burgers?

Wanneer beperkt mijn recht op vrijheid dat van een ander? Waar houdt de vrijheid van meningsuiting op? Hoe vrij ben je als je ook plichten hebt, zoals tot je zestiende naar school moeten? Allemaal vragen waar levendige discussies over te voeren zijn, en dat gebeurt ook in het burgerschapsonderwijs. Maar vrijheid – of juist een gebrek eraan – kun je ook erváren. Bijvoorbeeld wanneer studenten niet zozeer gevraagd wordt hun mening te beargumenteren, maar om andere vaardigheden in te zetten, zoals je inleven in een situatie waarin je je vrijheden verloren bent. De competenties die daarbij komen kijken zijn eveneens waardevol om volwaardig deel te nemen aan een democratische samenleving.

Adnan Tekin, voorzitter van de MBO Raad, legt uit dat er een heel palet aan lesvormen bestaat: “Studenten krijgen burgerschap mee in de beroepscontext, maar ook in aparte lessen die meer maatschappelijk ingestoken zijn. Elke school vult die burgerschapslessen anders in. Een thema als vrijheid kun je bijvoorbeeld meegeven in theorielessen, maar er zijn ook veel scholen die debatten organiseren. Weer andere scholen bezoeken musea als het Anne Frank Huis, en er zijn ook scholen die vooral gastlessen aanbieden.”

Dan rest de vraag: is de ene lesvorm beter dan de andere? Waar leren studenten het meest van? Hoe stoom je ze het best klaar voor de wereld buiten de schoolhekken?

EEN BETERE BULLSHITDETECTOR

Het klaslokaal als oefenplek voor discussies die je in het leven daarbuiten ook kunt hebben. Volgens Rob Honig, oprichter van de DebatUnie, is school bij uitstek de plek om te leren beargumenteren waarom je iets vindt. “Als je jong bent, ben je heel erg bezig om je eigen identiteit te vormen. Voordat dat allemaal stolt, is het goed als je aannames getoetst worden, ook over issues die je niet direct aangaan.” Met de DebatUnie helpt hij onderwijsinstellingen om debatteren in het curriculum op te nemen. Ze trainen docenten om debatten te gebruiken in hun lessen, maar komen ook langs op scholen voor zaaldebatten, debattoernooien of andere vormen van debat, zoals een Lagerhuis of een Hogerhuis. Honig legt uit dat ze goed nadenken over de vorm van de debatten en de stellingen. “We brengen veel structuur aan, zoals een openingsmoment, een reactiefase en een afsluiting. Daarnaast is het formuleren van gebalanceerde stellingen echt een ambacht. Het moeten sappige dilemma’s zijn met meerdere diepe lagen. Ook moeten er voor beide kanten zinnige argumenten te bedenken zijn. Dus er moet niet één vijand zijn waar iedereen sowieso tegen is – dat is namelijk ook niet een dynamiek die je in een democratisch land vindt.” Daarom formuleert het team van de DebatUnie geschikte stellingen, die ook op hun site terug te vinden zijn. Maar met een goede stelling en een werkbare vorm ben je er nog niet: “Nog iets waar wij ons bij de DebatUnie voor inzetten is om grote woorden helder te definiëren, zoals het woord ‘vrijheid’. Het is heel makkelijk om te zeggen: ‘We vieren hier in Nederland dat we vrij zijn.’ Maar wat betekent dat precies? Of als een leerling roept: ‘Dat is discriminatie!’ Waarom is het discriminatie? In de grondwet staat dat dat niet mag, maar waarom is dat? Wij moedigen zulke vragen aan, want die zorgen ervoor dat studenten op onderzoek uitgaan.” Honig merkt dat studenten kritischer worden op elkaar naarmate ze vaker debatteren: “Ze krijgen een iets betere bullshitdetector. En ze krijgen zelfvertrouwen om hun mond open te doen en iets waardevols toe te voegen aan een publieke discussie.”

ERVAREND LEREN

Debatteren is vooral een cognitief proces, maar wat als je studenten ook op andere niveaus kunt prikkelen? Games spelen,door installaties bewegen of films kijken zijn vormen die Critical Mass gebruikt om maatschappelijke thema’s aan te snijden. Anouck Wolf is projectleider onderwijs bij deze organisatie en volgens haar zorgt ervarend leren er vooral voor dat je je kunt verplaatsen in een ander.

 

“Je vergroot je empathie, kunt je beter inleven in het perspectief van iemand anders en je leert hoe je anders zou kunnen handelen in verschillende situaties.”

— Anouck Wolf, Critical Mass

Momenteel is Wolf bezig met het project Code MBO, met als onderdeel daarvan de game Diermocratie. Daarin staat een boerderij symbool voor de maatschappij en is iedere leerling een ander boerderijdier. Er speelt binnen deze minimaatschappij een probleem, waar studenten zich samen toe moeten verhouden. Wolf: “Je hebt elkaar echt nodig om tot een oplossing te komen. Daarvoor ga je op onderzoek uit en leer je omgaan met verschillende meningen en perspectieven.” De werkvormen die Critical Mass inzet zijn vooral bedoeld om vanuit een gedeelde ervaring te vertrekken. “Wanneer leerlingen een spel spelen, levert dat een gezamenlijke ervaring op, waar je vervolgens het gesprek over kunt aangaan. Onze multimediale projecten nodigen zo uit tot zelfreflectie en tot het delen van hoe je je voelde of wat je bij iets dacht. Zo leer je elkaar ook beter kennen.” Wolf haalt een citaat aan van filosoof en pedagoog John Dewey: “Geef de leerlingen wat te doen, niet iets te leren; en als het doen van dien aard is dat het denken vergt, dan volgt het leren vanzelf.”

DE SAMENLEVING NAAR BINNEN HALEN

Praten is dus net zo goed onderdeel van de projecten van Critical Mass. Wolf: “We gebruiken ook vormen van debat, zoals hoe je moet argumenteren. Ervarend leren sluit een debatterende lesvorm dan ook niet uit. Andersom geldt ook: je inleven in een ander kan evengoed tijdens een debat.” Rob Honig van de DebatUnie ziet ook overeenkomsten tussen de verschillende lesmethoden. Vaardigheden die je bij de ene methode leert komen ook op andere momenten van pas: “Als je leerlingen een spreekbeurt laat houden gebruiken ze ook elementen die terugkomen in een debat. Bij onze methode zit er ook veel overlap met bijvoorbeeld een socratisch gesprek. Er leiden meerdere wegen naar Rome.” De MBO Raad biedt scholen via het Kennispunt MBO Burgerschap een divers aanbod van burgerschapsonderwijs aan met een mix van theorie en praktijk. Adnan Tekin: “Het hart van het mbo is natuurlijk de praktijk en ook voor burgerschap blijkt dat een goede werkvorm. Studenten vinden het interessant als je ze in de samenleving plaatst of als je de samenleving naar binnen haalt, bijvoorbeeld wanneer je gastsprekers uitnodigt. Rond de verkiezingen hebben we bijvoorbeeld samengewerkt met gemeenten om mbo’ers als vrijwilligers mee te laten draaien op stembureaus en als tegenprestatie verzorgden een paar burgemeesters gastlessen. Een project dat goed aansloeg bij studenten.”

Cookie toestemming
Om de gebruikerservaring te verbeteren gebruiken wij geanonimiseerde analytische cookies.