Vrijheid in breder perspectief

25 maart 2022

Moet naast het verhaal van een slachtoffer ook dat van de dader verteld worden? Is wat er voor en na de Tweede Wereldoorlog gebeurde wel relevant voor een museum over de oorlog? En wat heeft een museum eigenlijk met het hier en nu te maken? Dit zijn vragen die het Bevrijdingsmuseum zichzelf tijdens de transitie naar het Vrijheidsmuseum gesteld heeft. Dat denkproces is terug te zien in het vernieuwde museum in Groesbeek.

Twee Afro-Amerikaanse fabrieksarbeidsters schieten klinknagels in een vliegtuigonderdeel in de Glenn L. Martin-fabriek, Baltimore, datum onbekend.

Naast het chronologische verhaal krijgt de bezoeker in de vaste tentoonstelling steeds een ander perspectief aangereikt. Zo zijn er in de dilemma-kamers verhalen van jonge mensen te zien die tijdens de oorlog voor een ingewikkeld vraagstuk stonden, zoals wel of niet voedselbonnen smokkelen, of persoonsbewijzen vervalsen of niet. De bezoeker wordt uitgenodigd zich te
verplaatsen in die tijd en het vraagstuk van diverse kanten te bekijken.

‘Rosie the Riveter’-vrouwen

Een mooi voorbeeld van een onderbelicht perspectief is dat van de zwarte Amerikaanse vrouwen die in de Amerikaanse oorlogsindustrie werkten. Prachtige, levensgrote foto’s van de ‘Rosie the Riveter-vrouwen’ die de vliegtuigen, tanks, schepen en munitie produceerden waar het Amerikaanse leger de nazi’s mee bevocht, tonen wie de vrouwen waren zonder wie de bevrijding niet mogelijk was geweest. Het benaderen van de oorlog vanuit verschillende perspectieven komt ook terug op de blauwgekleurde zuilen die her en der in de tentoonstelling te zien zijn. Daarop worden de grote thema’s van de oorlog steeds van twee kanten belicht. De bezoeker krijgt bijvoorbeeld primaire bronnen te zien zoals foto’s etc. van twee jongens van 19: de een vocht en sneuvelde voor de Duitsers en de ander voor de Amerikanen. Op een andere zuil worden twee kledingstukken getoond: een doopjurkje van parachutestof waarin een kindje was begraven staat symbool voor verdriet; een kinderuniformpje, gedragen tijdens een evrijdingsparade, voor vreugde. Door de vergelijkingen wordt de kijker aan het denken gezet.

Twee Afro-Amerikaanse vrouwen aan het werk in de krappe binnenkant van een vliegtuigonderdeel in de fabriek van de Glenn L. Martin Company, 24 augustus 1943.

Om zelf te ervaren wat een slachtoffer van een bombardement meemaakt, is een nagemaakte schuilkelder te bezoeken. Daar kan het publiek – met de deur dicht – het geluid, het licht en de trillingen van een bombardement voelen. Het is beklemmend, op een ingetogen manier, zonder dat je als bezoeker het gevoel krijgt in een entertainmentshow te zijn beland. Ook is er aandacht voor de rol van zwarte soldaten in het Amerikaanse (geallieerde) leger; dit onderwerp kan door de Black Lives Matter-beweging rekenen op vernieuwde interesse. De geplande tentoonstelling over de geschiedenis van transgender mensen in Nederland is ook uiterst actueel. In de toekomst zal een tentoonstelling over de ‘zwarte driehoek’ volgen. Dit symbool werd gedragen door onder meer daklozen, sekswerkers en werklozen, die door de nazi’s waren opgesloten in een concentratiekamp omdat ze buiten de maatschappij zouden vallen. Over hun leven voor, tijdens en na de oorlog is weinig bekend. Het Vrijheidsmuseum plaatst de Tweede Wereldoorlog in context en tijd, en is daarmee een uitstekend startpunt voor het nadenken over wat vrijheid en onvrijheid voor mensen nu betekent.

Cookie toestemming
Om de gebruikerservaring te verbeteren gebruiken wij geanonimiseerde analytische cookies.